About Centraal-azië


Het is 6 januari 2015, ik sta midden in de Kazachse steppe. Nergens beschutting voor de ijzige, snijdende wind. Het begint nu ook een beetje te sneeuw-hagelen, maar niet hard genoeg om me zorgen te maken. Ik duw mijn sleetje in de berm en zet me neer om wat brood te eten. Mijn heerlijk warme skivest die ik kocht om hier te overwinteren is door omstandigheden in brand gevlogen, waardoor ik nu rondloop met wat ik in een tweedehandswinkel heb gevonden: een gigantische neplederen vest met wat nepbond vanbinnen. Maar ik kan er me helemaal in verstoppen tegen de sneeuw die nu wat harder op me neerdaalt. Het brood heeft een lichte smaak van schimmel, ik draag het al iets te lang met me mee. Maar ik zal er niet dood van gaan.


Ik hoor een auto naderen. Het is een bestelbusje en het stopt naast me. De man aan het stuur doet me een teken dat ik moet komen. Ik laat vriendelijk merken dat ik hier goed zit en eet verder. Vanuit  mijn ooghoeken zie ik dat hij zijn jas aantrekt en uitstapt. ‘Wat doe jij hier? Ben je gek? Helemaal alleen! Kom even mee in de warme auto zitten! Waar moet je heen? Ik breng je wel.’. Ik zeg dat ik nog niet echt weet waar ik heen ga. Hij kijk me niet begrijpend aan en herhaalt dan dat ik in de auto moet komen. Hij zal me voeren naar waar ik heen moet. Ik zeg dat het vriendelijk is, maar dat ik liever te voet ga. Zonder iets te zeggen maar schuddend met zijn hoofd stapt hij terug naar z’n busje. Een minuut later komt hij terug en geeft me wat snoepjes en een blikje frisdrank. Voor ik hem kan bedanken zit hij al terug in zijn auto en raast hij weg. Wat is het hier toch zalig!




Negen maanden in totaal reisde ik rond om afgelegen en oneindige omgevingen te verkennen. Ik landde in Bishkek, Kirgizië. Een prachtig land! Met de auto ging ik van Oost naar Zuid, en daarna met de trein helemaal  naar het Noorden, naar Kazachstan. Daar begon het voor mij echt. Van mensen die ik leerde kennen, kreeg ik  een sleetje. Daar liet ik in een garage wieltjes onder monteren en zo kon ik op weg. Ik stapte van dorp tot dorp in de eindeloze vlaktes. De afstanden tussen dorpen waren vaak te groot, dus eens de avond viel, richtte ik mijn duim op naar (de weinige) voorbijrijdende auto’s.


Na twee maanden Kazachse steppe reisde ik 2000 kilometer omlaag naar het Zuiden van Tadzjikistan. Geen oneindige  steppes op 3000 km hoogte, maar wel een afgelegen en moeilijk leven. Drie maanden deed ik er vrijwilligerswerk als lerares Engels en hulp in een Guesthouse. Ik bouwde er voor even nieuw leven op, deed het huishouden, maakte vrienden, ging er werken... Een fantastische ervaring.


Maar ik miste mijn uitgestrekte steppes.  De volgende stop werd dus Mongolië. Ook daar deed ik vrijwilligerswerk, bij een familie op een jakboerderijtje.  Maar het beste gevoel aan Mongolië had ik bij het vrij door de natuur rijden met een brommertje. Niemand om je heen en prachtige landschappen! Echte vrijheid!